Go to full page →

ONDERSTEUNERS MET GEHEEL HET HART USG1 460

leder gelovige moet met zijn gehele hart verkleefd zijn aan de gemeente. Haar bloei moet bij hem voorop staan, en wanneer hij de heilige verplichtingen niet aanvoelt om zijn verbintenis met de gemeente te stellen boven alles waf hem persoonlijk aangaat, dan kan ze het beter zonder hem doen. Het ligt in de macht van allen om iets voor Gods zaak te doen. Zo zijn er, die veel geld besteden aan nodeloze weelde; ze bevredigen hun begeerten, maar voelen het als een zware belasting de gemeente financieel te steunen. Ze zijn bereid al de weldaden van haar voorrechten in ontvangst te nemen, maar laten anderen liever de kosten betalen. USG1 460.3

Die werkelijk een diepe belangstelling koesteren voor de vooruitgang van het werk, zullen niet aarzelen daarin geld te steken wanneer en waar dit maar nodig is. Ze zullen het ook als een heilige plicht beschouwen om in hun karakter de beleringen van Christus uit te beelden, vrede hebbende onder elkander, en voort gaande in een volmaakte harmonie als een ongedeeld geheel. Zij zullen hun persoonlijk oordeel onderwerpen aan het oordeel van het lichaam der gemeente. Velen leven enkel voor zichzelven. Met veel voldoening zien ze op hun eigen leven en vleien zich dat ze onberispelijk zijn, terwijl ze in feite niets doen voor God en hun leven lijnrecht staat tegenover Zijn geopenbaard Woord. Dat uitleven van uiterlijke vormen zal nooit voorzien in de grote leegte van de menselijke ziel. Een belijden van Christus is niet voldoende om iemand de toets van de dag des oordeels te doen doorstaan. Er moet een volmaakt vertrouwen zijn in God, een kinderlijk steunen op Zijn beloften en een algehele onderwerping aan Zijn wil. USG1 461.1

God heeft Zijn volk altijd gebracht in de vurige oven der beproeving om hen standvastig en trouw te maken en hen te reinigen van alle ongerechtigheid. Nadat Abraham en zijn zoon de zwaarste toets hadden doorstaan, die hun kon worden opgelegd, sprak God door Zijn engel tot Abraham: “Nu weet Ik, dat gij God vrezende zijt en uw zoon, uw enige, van Mij niet hebt onthouden.” Genesis 22 : 12. Deze grote geloofsdaad verlicht het karakter van Abraham met uitzonderlijke luister. Op krachtige wijze illustreert het zijn volmaakt vertrouwen op de Here, Wie hij niets onthield, zelfs niet zijn zoon der belofte. USG1 461.2

Er is niets te kostbaar voor ons om aan Jezus te geven. Indien we Hem de talenten der middelen teruggeven, die Hij ons heeft toevertrouwd, zal Hij ons meer ter hand stellen. Elke inspanning, die we voor Christus doen, zal door Hem beloond worden en elke plicht, waarvan we ons in Zijn naam kwijten, zal bijdragen tot ons eigen geluk. God gaf Zijn innig geliefde Zoon over aan de doodskwellingen van de kruisiging, opdat allen, die in Hem geloven, één zouden worden door de naam van Jezus. Wanneer Christus een zo groot offer bracht om mensen te redden en ze tot een éénheid te smeden, zoals Hij één was met de Vader, welk offer is dan te groot om door Zijn navolgers gebracht te worden ten einde die éénheid te bewaren? USG1 461.3