Loading...
Larger font
Smaller font
Copy
Print
Contents

Uit De Schatkamer Der Getuigenissen, vol. 1

 - Contents
  • Results
  • Related
  • Featured
No results found for: "".
  • Weighted Relevancy
  • Content Sequence
  • Relevancy
  • Earliest First
  • Latest First
    Larger font
    Smaller font
    Copy
    Print
    Contents

    TEGENSTAND KAN VERWACHT WORDEN

    's Heren volk probeert de bres te dichten, die geslagen is in de wet van God. “En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude, verwoeste plaatsen; de fondamenten, van geslacht tot geslacht verwoest, zult gij oprichten; en gij zult genaamd worden: Die de bressen toemuurt, die de paden weder opmaakt, om te bewonen. Indien gij uw voet van de Sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heilige dag; en indien gij de Sabbat noemt een verlustiging, opdat de Here geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij die eert, dat gij uw wegen niet doet en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt; dan zult gij u verlustigen in de Here, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jacob; want de mond des Heren heeft het gesproken.” Jesaja 58 : 12-14.USG1 446.2

    Dit brengt de vijanden van ons geloof in verwarring, en elk middel wordt toegepast om ons in ons werk te hinderen. En nochtans wordt de afgebroken muur steeds hoger. De wereld wordt gewaarschuwd, en velen keren er van terug om de Sabbat des Heren onder hun voeten te vertrappen. God is in dit werk, en de mens kan dat niet tegenhouden. Engelen Gods helpen Zijn getrouwe dienstknechten, en het werk gaat steeds vooruit. We zullen te kampen hebben met alle mogelijke tegenstand, evenals de bouwers van Jeruzalems muren; maar wanneer we waken, en bidden, en werken zoals zij, dan zal God de strijd voor ons strijden en ons schitterende overwinningen bezorgen.USG1 447.1

    Nehemia “kleefde de Here aan; hij week niet van Hem na te volgen, en hij hield Zijn geboden, die de Here aan Mozes geboden had. Zo was de Here met Hem”. 2 Kon. 18 : 6, 7.USG1 447.2

    Reeds werden gezanten gezonden, die met Nehemia een onderhoud wilden hebben; maar hij wilde ze niet te woord staan. Toen begonnen ze te dreigen en boodschappers werden uitgezonden om de mensen, die met de opbouw bezig waren, toe te spreken. Dezen kwamen aandragen met vleiende lokmiddelen en beloofden de bouwers alle mogelijke vrijheid en wonderlijke voorrechten, wanneer ze zich aan hun zijde zouden scharen en het opbouwwerk in de steek zouden laten.USG1 447.3

    Maar de mensen kregen bevel om met hun vijanden niet in het strijdperk te treden en hun zelfs niet één woord terug te zeggen, opdat ze uit hun woorden geen munt konden slaan. Ze namen hun toevlucht tot bedreiging en bespotting. Zij zeiden: “Al bouwen zij ook, als er maar een vos tegen hun stenen muur opspringt, doet hij hem afbrokkelen”. Sanballat “ontstak in woede en ergerde zich zeer; hij bespotte de Joden”. Nehemia bad: “Hoor, onze God, hoe wij gehoond worden, en doe hun smaad terugkeren op hun eigen hoofd”. Nehemia 4 : 3, 1, 4. (N.V.).USG1 447.4

    “Toen zond ik tof hen boden met het antwoord: Ik ben bezig een groot werk te doen en kan niet komen. Waarom zou het werk stil liggen, doordat ik het verliet, en tot u kwam? Zij zonden vier maal zulk een boodschap tot mij, en ik gaf hun steeds op dezelfde wijze antwoord. Toen zond Sanballat op dezelfde wijze voor de vijfde maal zijn knecht tot mij met een open brief in zijn hand.” Nehemia 6 : 3—5. (N.V.).USG1 448.1

    Wij zullen de bitterste tegenstand ontmoefen van de Adventisten, die de wet van God tegenstaan. Maar, evenals de bouwers van de muren van Jeruzalem, moeten wij ons niet laten hinderen of ons van ons werk laten afhalen door brieven, door boodschappers, die met ons willen twisten of strijden, of wel door intimiderende bedreigingen, het verkondigen van leugens, of tot welke listen ook, waartoe Satan zal aanporren. Ons antwoord moet zijn: We zijn bezig met een groot werk, en wij kunnen niet afkomen. We zullen soms voor de moeilijkheid staan, dat we niet weten welke weg we moeten inslaan, om hef werk Gods de eer te geven, die het toekomt en om Zijn waarheid te handhaven.USG1 448.2

    Larger font
    Smaller font
    Copy
    Print
    Contents